ECLI:NL:RBDHA:2024:22937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie en feitelijke gezinsband
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende man, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij zijn vermeende echtgenote, referente, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een familierechtelijke relatie en feitelijke gezinsband met referente.
Eiser stelde in beroep dat de bevoegde beslissingsautoriteit niet juist was, dat de verklaringen van referente over het huwelijk niet correct zijn beoordeeld vanwege haar psychische gesteldheid en dat de hoorplicht is geschonden doordat hij niet persoonlijk is gehoord. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is geworden omdat inmiddels een besluit is genomen, maar dat eiser wel recht heeft op een proceskostenvergoeding.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was omdat de huwelijksakte onjuiste data bevatte, de verklaringen van referente tegenstrijdig waren over essentiële feiten zoals de huwelijksdatum, samenwoning en relatie, en dat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was gemaakt. Ook is het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet doorverwezen omdat de familierechtelijke relatie niet is vastgesteld. De hoorplicht is niet geschonden omdat eiser via zijn gemachtigde is gehoord. Het beroep tegen het bestreden besluit is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag is ongegrond verklaard.