Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2024 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 4 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Oekraïense vreemdeling, beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie dat hij geen verblijfsrecht heeft op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming.
Eiser maakte aanspraak op tijdelijke bescherming, maar verweerder stelde dat eiser Oekraïne vóór de peildatum 27 november 2021 had verlaten en sindsdien niet was teruggekeerd. Bovendien was eiser geen gezinslid van iemand die onder de reikwijdte van de Richtlijn valt. Eiser voerde aan dat hij als gezinslid moet worden aangemerkt omdat hij samenwoonde met de kinderen en de vrouw van zijn broer die wel onder de Richtlijn vallen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet als gezinslid kan worden beschouwd omdat hij al op 25 januari 2020 Oekraïne had verlaten en sindsdien niet meer samenwoonde met de betrokken gezinsleden. Eiser heeft de samenwoning niet onderbouwd en er is geen bewijs dat hij afhankelijk is van deze gezinsleden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser op tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard omdat hij niet als gezinslid onder de Richtlijn valt.