Uitspraak
de burgemeester van Den Haag, verweerder
de Stichting Hof Wonen, te Den Haag
Rechtbank Den Haag
Verzoeker huurt een woning in Den Haag die op 27 november 2024 voor drie maanden werd gesloten op grond van de Opiumwet vanwege aangetroffen handelshoeveelheden drugs en gerelateerde goederen. De politie trof op straat en in de woning aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs aan, waaronder henneptoppen, heroïne, amfetamine en dexamfetamine, evenals illegaal vuurwerk, kogels en materialen voor hennepkwekerij.
Verzoeker betwist dat de drugs van hem zijn en stelt dat de middelen voor eigen gebruik waren, maar de voorzieningenrechter acht de bestuurlijke rapportage betrouwbaar en oordeelt dat de sluiting noodzakelijk en evenredig is. Persoonlijke verwijtbaarheid is niet vereist voor de sluiting, maar verzoeker kan wel een verwijt worden gemaakt omdat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van de drugs.
De voorzieningenrechter weegt mee dat verzoeker geen bijzondere binding met de woning heeft aangetoond en dat de aanwezigheid van meerdere honden, waaronder jonge puppy’s, geen reden is om de sluiting uit te stellen. De sluiting wordt als proportioneel gezien gezien de ernst van de situatie en eerdere vondsten in de woning. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens handel in drugs wordt afgewezen.