ECLI:NL:RBDHA:2024:22989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'tijdelijke humanitaire gronden' in het kader van de Verblijfsregeling Mensenhandel. De minister heeft het bezwaar van eiseres op 15 juli 2024 afgewezen, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft vastgesteld dat alle beroepsgronden die in deze zaak door de gemachtigde van eiseres zijn aangevoerd, reeds in eerdere procedures bij deze rechtbank zijn behandeld en telkens zijn verworpen. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in eerdere zaken de motivering van de rechtbank onderschreven.
Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen op de zitting en hebben geen toelichting gegeven waarom in haar geval anders zou moeten worden geoordeeld. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding af te wijken van eerdere uitspraken en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden wordt ongegrond verklaard.