ECLI:NL:RBDHA:2024:23018
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning regulier
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 15 juli 2024, waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd werd afgewezen en haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Dit verzoek is ingediend terwijl het beroep tegen dit besluit nog in behandeling was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 december 2024 behandeld, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was. Verzoekster en haar gemachtigde hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL24.28392), waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was.
Gezien deze omstandigheden heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe en bekendgemaakt op 16 december 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep.