Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij,
gemachtigde: mrs. L.E. Huard en S. Wahedi,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. M.J.E.L. Delissen en mr. C.J. Luiten.
1.Procedure
2.De verdere beoordeling
ADO te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.825,16, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 21 juli 2022, althans vanaf datum dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;
ADO te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 689.839,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over het bedrag van € 441.754,- vanaf 24 juli 2022, althans vanaf datum dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, en over het bedrag van € 248.085,- vanaf datum dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
ADO te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.775,- aan buitengerechtelijke incassokosten (berekend conform de staffel BIK), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf datum dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
ADO te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.196,- P.M. aan kosten die [eiser] heeft gemaakt ten behoeve van het schaderapport, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf datum dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
Het in deze te wijzen (tussen)vonnis(sen) integraal en zonder anonimisering van de gegevens van ADO te publiceren op rechtspraak.nl;
ADO te veroordelen in de proceskoten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover te rekenen vanaf 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.”
3.Beslissing
€ 13.310,-dient te deponeren. Hiertoe ontvangt ADO separaat een factuur van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR);
nadat de griffier van