Eiser heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerste zes rechtsgeldig zijn afgewezen. Bij zijn zevende aanvraag stelde hij opnieuw asiel te zoeken vanwege problemen als vermeende zoon van een voormalige minister van Justitie in Gambia, die beschuldigd wordt van ernstige misdrijven.
De rechtbank beoordeelde dat eiser onvoldoende originele en relevante documenten had overgelegd om zijn familierelatie en de daaraan verbonden risico's aannemelijk te maken. Hoewel eiser documenten zoals een geboortecertificaat, een verklaring van echtheid en een arrestatiebevel overhandigde, werden deze niet als overtuigend bewijs geaccepteerd.
Verweerder had zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de documenten niet voldoende bewijs leverden en dat de gestelde problemen niet aannemelijk waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder deze standpunten terecht had ingenomen en dat er geen sprake was van een motiveringsgebrek.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen omdat het beroep reeds inhoudelijk was behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.