ECLI:NL:RBDHA:2024:23033
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsdocument wegens overschrijding 12-maandentermijn
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsdocument op grond van het Terugtrekkingsakkoord, welke door verweerder is afgewezen vanwege het niet voldoen aan de vereiste 12-maandentermijn van onafgebroken verblijf binnen de EU. Eiser was van 3 december 2020 tot 17 augustus 2022, ruim twintig maanden, buiten Nederland en daarmee buiten de EU.
Eiser voerde aan dat de termijn niet strikt moet worden toegepast vanwege gezondheidsproblemen en reisbeperkingen door de Covid-pandemie, en dat zijn intentie was eerder terug te keren. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de termijn op te rekken, mede omdat het Terugtrekkingsakkoord al rekening houdt met een langere afwezigheid wegens ziekte.
Daarnaast stelde eiser dat hij in het Verenigd Koninkrijk met discriminatie te maken had en dat verweerder dit niet had meegewogen. De rechtbank stelt dat voor het recht op verblijf vereist is dat het verblijf rechtmatig was op 31 december 2020 en voortgezet is, wat in dit geval niet aannemelijk is gemaakt.
Verder concludeert de rechtbank dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden door het ontbreken van inzage in Suwinet-gegevens en dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het EU-verblijfsdocument wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de 12-maandentermijn.