ECLI:NL:RBDHA:2024:23038
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag
Verzoeker is op 19 maart 2024 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag. Op 15 april 2024 heeft de Staatssecretaris alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Hierna heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de proceskosten te vergoeden.
De Staatssecretaris heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelt dat omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld, wordt een vast bedrag toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Gezien de aard van de zaak, die alleen betrekking heeft op de overschrijding van de beslistermijn, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast. Het toegekende bedrag bedraagt € 437,50. De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan verzoeker ter vergoeding van proceskosten wegens overschrijding beslistermijn.