ECLI:NL:RBDHA:2024:23038

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
NL24.12004
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn asielaanvraag

Verzoeker is op 19 maart 2024 in beroep gegaan tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid omdat deze niet tijdig had beslist op zijn asielaanvraag. Op 15 april 2024 heeft de Staatssecretaris alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Hierna heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de proceskosten te vergoeden.

De Staatssecretaris heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelt dat omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld, wordt een vast bedrag toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Gezien de aard van de zaak, die alleen betrekking heeft op de overschrijding van de beslistermijn, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast. Het toegekende bedrag bedraagt € 437,50. De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan verzoeker ter vergoeding van proceskosten wegens overschrijding beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.12004
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoeker is op 19 maart 2024 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag. Op 15 april 2024 heeft verweerder aan verzoeker laten weten zijn asielaanvraag in te willigen. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van de verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Khalloufi, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 juni 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.