ECLI:NL:RBDHA:2024:23044
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker diende een verzoek om een voorlopige voorziening in tegen de afwijzing van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. De rechtbank stelde vast dat het griffierecht van €187,- niet was betaald binnen de gestelde termijn, ondanks een aangetekende aanmaning.
De rechtbank onderzocht de bezorging van de aanmaningsbrief en concludeerde dat deze correct was ontvangen door de gemachtigde van verzoeker. Verzoeker gaf geen geldige reden voor het niet-betalen van het griffierecht.
Op grond van artikel 8:82 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht is de rechtbank verplicht het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren wanneer het griffierecht niet tijdig wordt voldaan zonder geldige reden. De rechtbank behandelt het verzoek daarom niet inhoudelijk en wijst het af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier N. Khalloufi, en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.