ECLI:NL:RBDHA:2024:23080
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering risico schending artikel 3 EVRM
Eiser, van Jordaanse nationaliteit, diende op 16 maart 2024 een asielaanvraag in na problemen met zijn familie vanwege zijn afvalligheid. Verweerder wees de aanvraag op 31 maart 2024 af als kennelijk ongegrond, onder meer vanwege het vermeende te kwader trouw vernietigen van reisdocumenten. Eiser stelde dat hij een reëel risico loopt op mishandeling en zelfs de dood bij terugkeer naar Jordanië, omdat hij vogelvrij is verklaard door zijn stam.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de ernstige mishandelingen en bedreigingen, waaronder fysiek geweld door familieleden, niet leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank acht het aannemelijk dat deze risico's bij terugkeer reëel zijn, ook al zijn de incidenten niet recent. De authenticiteit van de vogelvrijverklaring wordt echter niet vastgesteld wegens gebrek aan bewijs.
Verder is vastgesteld dat de vrijheidsontnemende maatregel voorafgaand aan de opheffing op 26 april 2024 onrechtmatig was, omdat de aanvraag ten onrechte als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank kent een schadevergoeding toe van €2.600 voor 26 dagen onrechtmatige detentie en een proceskostenvergoeding van €2.625. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, een schadevergoeding van €2.600 toegekend en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.