ECLI:NL:RBDHA:2024:23118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens terrorismegevaar
Eiser, van Iraakse nationaliteit, is in 2021 veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van voorbereiden van een terroristisch misdrijf en deelname aan een terroristische organisatie. De minister heeft daarop zijn verblijfsvergunning ingetrokken en een inreisverbod van twintig jaar opgelegd vanwege een actueel gevaar voor de nationale veiligheid.
De rechtbank oordeelt dat het gevaar voor de nationale veiligheid ondanks het tijdsverloop en detentie van eiser actueel is, mede gelet op de ernst van de misdrijven en het ontbreken van voldoende onderbouwing van een positieve gedragsverandering. De minister heeft terecht het belang van de nationale veiligheid laten prevaleren boven het gezinsleven van eiser, ondanks dat eiser als settled migrant valt onder een strengere toetsing volgens artikel 8 EVRM Pro.
Hoewel de rechtbank een motiveringsgebrek constateert in de belangenafweging van de minister, wordt dit gebrek gepasseerd omdat de minister voldoende heeft toegelicht waarom het besluit in het nadeel van eiser uitvalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.