ECLI:NL:RBDHA:2024:2312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek transgender etnische Rus uit Estland wegens veilig land van herkomst
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag ongegrond verklaard. Eiser, een transgender persoon van Russische etniciteit afkomstig uit Estland, vreesde negatieve bejegening en vervolging vanwege zijn genderidentiteit en etniciteit. Verweerder had de aanvraag afgewezen op grond dat Estland een veilig EU-land is en dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft aangetoond.
Tijdens de zitting op 8 februari 2024 heeft eiser zijn situatie toegelicht, waaronder bedreigingen en mishandeling door etnische Russen in Estland, en problemen met politie en discriminatie. Verweerder heeft echter de geloofwaardigheid van deze elementen deels in het midden gelaten en zich gebaseerd op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de bescherming die Estland biedt volgens EU-verplichtingen en het EVRM.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat Estland een veilig land van herkomst is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of op vervolging. Ook is niet gebleken dat eiser geen adequate bescherming kan verwachten van Estse autoriteiten. Het beroep wordt daarom afgewezen.
De rechtbank wijst tevens op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Estland als veilig land van herkomst geldt en geen gegronde vrees voor vervolging is aangetoond.