Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Ecuadoraanse nationaliteit, werd op 5 augustus 2024 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 lid 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelt dat deze maatregel onevenredig en onrechtmatig is omdat bij aanvang bekend was dat eiser hoe dan ook toegang tot het Schengengebied zou verkrijgen, hetzij via overdracht aan Italië, hetzij door invrijheidstelling.
Verweerder heeft erkend dat overdracht vanuit grensdetentie aan Italië momenteel niet mogelijk is en dat er onvoldoende tijd is om de asielaanvraag in de grensprocedure te behandelen indien Italië de Dublinclaim afwijst. Hierdoor voldoet de maatregel niet aan het doel van artikel 5 lid 1 aanhef Pro en onder f EVRM en is deze niet te goeder trouw opgelegd.
De rechtbank wijst het betoog van verweerder af dat toekomstige opvangvoorzieningen in Italië overdracht mogelijk zouden maken, omdat hiervoor geen onderbouwing is gegeven. De vrijheidsontnemende maatregel wordt daarom met onmiddellijke ingang opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van €900,- voor negen dagen onrechtmatige detentie.
Daarnaast worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €1.750,- en veroordelt de rechtbank verweerder tot betaling hiervan aan de rechtsbijstandverlener. De uitspraak is op 13 augustus 2024 mondeling gedaan.
Uitkomst: De rechtbank heft de grensdetentie op wegens onrechtmatigheid en veroordeelt de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.