ECLI:NL:RBDHA:2024:23230
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië in Dublinprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 1 oktober 2024 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de geplande overdracht aan Kroatische autoriteiten op 25 november 2024 te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van spoedeisend belang omdat verzoeker anders binnen afzienbare tijd gedwongen kan worden overgedragen. De medische toestand van verzoeker vormt een geschilpunt, maar deze rechtsvraag is niet geschikt voor behandeling in deze spoedprocedure. De voorzieningenrechter weegt de belangen af en concludeert dat het belang van verzoeker om het beroep in Nederland af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de minister om de overdracht uit te voeren.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst en wordt verzoeker niet overgedragen aan Kroatië totdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot € 875,00. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege de spoedeisendheid en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Kroatië wordt opgeschort tot de uitspraak in het beroep.