ECLI:NL:RBDHA:2024:23241
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland ondanks vertraagde besluitvorming
Eiser, een Syrische minderjarige, diende op 29 maart 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Op dezelfde dag bleek uit Eurodac dat hij op 6 december 2022 Duitsland was binnengekomen en daar ook een asielaanvraag had ingediend. De Duitse autoriteiten verleenden hem op 14 april 2023 internationale bescherming. Verweerder besloot echter pas op 21 juni 2024, veertien maanden na de aanvraag, de asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren omdat eiser al in Duitsland bescherming geniet.
Eiser stelde dat de vertraagde besluitvorming zijn belangen schaadde en dat hij op het moment van aanvraag minderjarig was zonder bescherming in Duitsland. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet binnen anderhalve week kon beslissen en dat zelfs bij een snellere beslissing de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard zou zijn geweest.
Verder oordeelde de rechtbank dat het late informeren van eiser over zijn status in Duitsland niet leidde tot een gerechtvaardigd vertrouwen op een Nederlandse verblijfsvergunning. Ondanks het lange wachten en het ontbreken van een redelijke uitleg daarvoor, is het beroep ongegrond verklaard en is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.