ECLI:NL:RBDHA:2024:23245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 28 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksuele gerichtheid. De minister wees deze aanvraag af op 21 juni 2024, stellende dat de homoseksuele gerichtheid van eiser niet geloofwaardig was vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen.
De rechtbank behandelde het beroep op 26 augustus 2024 en oordeelde dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de homoseksuele gerichtheid van eiser ongeloofwaardig zou zijn. Eiser had voldoende inzicht gegeven in zijn proces van zelfontdekking, acceptatie en relaties, mede ondersteund door overgelegde bewijsstukken zoals liefdesbrieven en foto’s.
De rechtbank stelde vast dat de minister de lhbti-coördinator had geraadpleegd conform de werkinstructie, maar dat dit niet in het besluit was vermeld. De rechtbank vond dit niet onzorgvuldig. Verder verwierp zij de kritiek van de minister op de mate van detail in de verklaringen van eiser over zijn relaties en bezoeken aan een gayclub.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.750,- aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering van ongeloofwaardigheid en draagt op tot een nieuw besluit binnen zes weken.