ECLI:NL:RBDHA:2024:23260

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
NL24.27751
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang na tijdig besluit op bezwaar

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar tegen een bestuursbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Nadat eiser een ingebrekestelling had gestuurd, nam verweerder alsnog op 31 juli 2024 een besluit op het bezwaar. Hierdoor was het doel van het beroep bereikt.

De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was omdat eiser geen belang meer had bij het beroep nu het besluit was genomen. Eiser had geen gronden tegen het besluit aangevoerd, zodat de rechtbank aannam dat het beroep niet meer op het besluit betrekking had. De rechtbank veroordeelde verweerder wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser wegens het te laat nemen van het besluit.

De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak. Daarnaast moest verweerder het griffierecht van € 187,- vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn op 26 november 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.27751
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar.
Op 31 juli 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het bezwaar.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.2 Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.3 Dat is wat eiser heeft gedaan. Inmiddels heeft verweerder wel een besluit genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat eiser wilde en de rechtbank hoeft dit dan ook niet meer aan verweerder op te dragen. Omdat eiser het beroep niet heeft ingetrokken moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over het beroep.
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn bezwaar. Omdat verweerder dit inmiddels heeft gedaan, heeft eiser geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over zijn beroep. Eiser heeft geen gronden tegen dit besluit aangevoerd, daarom gaat de rechtbank ervan uit dat geheel aan het beroep van eiser is tegemoetgekomen. Dit betekent dat het beroep geen betrekking heeft op het alsnog genomen besluit.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
4. Over de vergoeding van de proceskosten overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. Het bestreden besluit van 31 juli 2024 is namelijk te laat genomen. Eiser heeft tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht beroep ingesteld. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.4
______________
4 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50;
  • bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 november 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.