De minister heeft op 22 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat deze maatregel tot 8 oktober 2024 rechtmatig was. De minister heeft vervolgens de voortzetting van de maatregel gemeld en een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend is bij de uitzetting, omdat de voortgangsrapportage geen informatie bevat over reacties van de Marokkaanse autoriteiten op de aanvraag van een laissez passer en er geen pogingen zijn om contact te zoeken. De rechtbank overweegt dat de minister afhankelijk is van de medewerking van Marokko en regelmatig rappelleert, laatst op 5 december 2024. Verdere versnelling is niet realistisch.
Daarnaast voert de minister regelmatig vertrekgesprekken met eiser en is het aan eiser zelf om zijn identiteit te onderbouwen en contact te zoeken met familie of autoriteiten. De enkele verklaring van eiser dat hij niets kan doen, is onvoldoende. De rechtbank concludeert dat de voortduring van de maatregel rechtmatig is en wijst het verzoek om schadevergoeding af.