ECLI:NL:RBDHA:2024:23273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Grensdetentie onrechtmatig wegens onnodige duur en zware detentieomstandigheden
Eisers, beiden Iraanse nationaliteit, werden op 13 juli 2024 in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6 lid 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hun asielaanvragen werden op 2 augustus 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond, waarna zij beroep instelden dat gepland stond voor 4 september 2024.
De rechtbank overwoog dat de detentie al 5,5 week duurde en dat het nog twee weken zou duren voordat de asielberoepen behandeld zouden worden. Deze vertraging leidt tot onnodige voortzetting van de detentie, wat in strijd is met het uitgangspunt dat detentie zo kort mogelijk moet duren. Daarnaast brachten eisers andere zwaarwegende belangen naar voren, waaronder ernstige stress en onvriendelijke bejegening, waardoor de detentie voor hen onevenredig belastend is.
De rechtbank concludeerde dat het belang van eisers bij opheffing van de detentie zwaarder weegt dan het belang van de staat bij grensbewaking. De vrijheidsontnemende maatregelen zijn daarom onrechtmatig en worden per direct opgeheven. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen omdat de onrechtmatigheid samenvalt met de dag van opheffing. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de grensdetentie wegens onnodige duur en zware omstandigheden.