ECLI:NL:RBDHA:2024:23284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens niet voldoen aan mvv-vereiste
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en tegen het uitgevaardigde inreisverbod van twee jaar. De minister had de aanvraag afgewezen omdat niet was voldaan aan het mvv-vereiste en oordeelde dat uitzetting geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. De rechtbank heeft de beroepen op 8 oktober 2024 behandeld en na onderzoek geoordeeld dat de minister terecht is gebleven bij zijn besluit.
Eisers stelden dat het mvv-vereiste onredelijke hardheid met zich meebrengt en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd. Ook voerden zij aan dat eerdere aanvragen en bezwaren ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten. De rechtbank overwoog dat de minister inhoudelijk op de bezwaren was ingegaan en dat eerdere bezwaren en besluiten onherroepelijk zijn. Tevens oordeelde de rechtbank dat sprake is van een eerste toelating, waardoor uitzetting geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert.
De rechtbank verwierp het beroep, onder meer omdat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn zoals bedoeld in relevante jurisprudentie van het EHRM. Ook het beroep tegen het inreisverbod slaagde niet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de verzoeken af, zonder toekenning van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunningaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.