Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak behandeld. De eerste zitting werd uitgesteld wegens het ontbreken van een tolk.
Bij de zitting op 20 februari 2024 is het verzoek behandeld met aanwezigheid van partijen en tolk. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de bodemzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet meer nodig is en wijst het verzoek af.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.A.W.M. Engels op 22 februari 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.