ECLI:NL:RBDHA:2024:23290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens niet voldoen aan middelenvereiste en juiste belangenafweging
Eiseres, met de Oezbeekse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar partner te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan het inkomensvereiste, waarop ook in bezwaar werd bevestigd.
Eiseres stelde dat haar partner als zelfstandig ondernemer vóór de corona-epidemie voldeed aan het middelenvereiste en dat hij inmiddels een stabiel inkomen heeft. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende financiële onderbouwing werd geleverd en dat het vereiste van anderhalf jaar stabiel inkomen niet was gehaald. De gevolgen van corona rechtvaardigden geen afwijking van het middelenvereiste.
Verder voerde eiseres aan dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met haar zwangerschap en het gezinsleven in het kader van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank stelde vast dat de zwangerschap niet was onderbouwd en dat het kind ten tijde van het besluit nog niet was geboren of erkend, waardoor het arrest Chavez-Vilchez niet van toepassing was. De belangenafweging was daarom rechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de mvv-aanvraag stand hield en eiseres geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan het middelenvereiste en juiste belangenafweging.