ECLI:NL:RBDHA:2024:23292

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
5 maart 2025
Zaaknummer
C/09/662666 / FA RK 24-1706
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 1:377g BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omgangsregeling tussen minderjarige en moeder zonder wijziging

De rechtbank Den Haag behandelde op 7 juni 2024 een verzoek betreffende de omgangsregeling van een minderjarige met haar moeder. De minderjarige, die sinds 2016 bij pleegouders verblijft en onder voogdij van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland staat, wenst de omgang met haar moeder voort te zetten, maar zonder fysiek contact zoals knuffelen of kusjes.

Tijdens de zitting waren vertegenwoordigers van de voogdijinstelling, pleegouders, ouders en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De moeder wilde de omgangsregeling niet wijzigen, terwijl de vader instemde met de wensen van de minderjarige. De voogdijinstelling gaf aan dat de moeder zich soms onvoorspelbaar gedraagt tijdens de omgang, wat de kinderen angstig maakt.

De rechtbank benadrukte het fundamentele recht van het kind op omgang met beide ouders en vond dat de huidige regeling, waarbij de kinderen eens in de acht weken een uur contact hebben met de moeder onder toezicht, passend is. De wens van de minderjarige om fysiek contact te beperken werd erkend en de rechtbank sprak de hoop uit dat de moeder deze grenzen respecteert.

De rechtbank besloot geen ambtshalve wijziging van de omgangsregeling te treffen en liet de bestaande regeling van 8 december 2021 ongewijzigd in stand. Tevens werd benadrukt dat alle betrokken volwassenen verantwoordelijk zijn om het contact zo prettig mogelijk te laten verlopen.

Uitkomst: De rechtbank handhaaft de bestaande omgangsregeling zonder wijziging en respecteert de wens van de minderjarige om fysiek contact met de moeder te beperken.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 2399562 en 24-1706
Zaaknummer: C/09/659472 en C/09/662666
Datum beschikking: 7 juni 2024

Informele rechtsingang - omgangsregeling

Beschikking in het kader van de op 22 december 2023 ingekomen brieven van:

de minderjarige [de minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid Holland,

de voogdes,
hierna te noemen: JBW,
en

de pleegouders van [de minderjarige] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de moeder] ,

de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F. Uzumcu in Den Haag,
en

[de vader] ,

de vader,
wonende in [woonplaats] .

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de brief van [de minderjarige] en de daarin verwoorde aanvraag van [de minderjarige] .
[de minderjarige] is uitgenodigd om haar aanvraag in een gesprek met de kinderrechter toe te lichten, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Op 3 mei 2024 is de aanvraag van [de minderjarige] op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • [naam 1] namens JBW;
  • de pleegouders;
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat en de tolk O. Ilmi;
  • de vader;
  • [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [de minderjarige] .
  • Sinds januari 2016 verblijven de kinderen in drie verschillende pleeggezinnen. [de minderjarige] verblijft sindsdien bij de pleegouders.
  • Bij beschikking van 9 november 2018 is het gezag van de ouders beëindigd en is JBW benoemd tot voogd over [de minderjarige] .
  • Bij beschikking van 8 december 2021 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – bepaald dat de kinderen eens in de acht weken gedurende een uur omgang hebben met de moeder, onder regie van de gecertificeerde instelling.

Aanvraag

[de minderjarige] heeft via de informele rechtsingang haar mening gegeven over de omgangsmomenten met de moeder. [de minderjarige] heeft in haar brief aangegeven ze de omgangsmoment met de moeder voort wil zetten, in het bijzijn van de vader, [naam 4] , [naam 3] en [naam 5] , maar ze wil niet meer op schoot bij de moeder en wil ook geen kusjes krijgen.

Beoordeling

Naar aanleiding van de aanvraag van [de minderjarige] heeft de kinderrechter zich afgevraagd of er wijzigingen moeten worden aangebracht in de omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de moeder.
Op grond van artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter, indien haar blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van artikel 1:377a BW. Op grond van artikel 1:377a eerste lid BW heeft een kind recht op omgang met zijn of haar ouders.
De moeder stelt zich op het standpunt dat de omgangsregeling niet moet worden gewijzigd.
De vader kan heeft op de zitting aangegeven dat hij akkoord gaat met de wensen van de [de minderjarige] .
JBW heeft naar voren gebracht dat [de minderjarige] – samen met [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] – nu iedere acht weken gedurende een uur omgang hebben met de moeder en de vader, onder regie van JBW. Volgens JBW reageert de moeder onvoorspelbaar tijdens deze omgangsmomenten, waardoor de kinderen angstig worden. Het lukt JBW niet om met de moeder hierover in gesprek te gaan omdat de moeder hier een andere visie op heeft.
De rechtbank acht het in beginsel van belang dat een kind contact heeft met beide ouders. Het recht op omgang is een fundamenteel recht van zowel ouder als kind, met name omdat het voor de ontwikkeling en de identiteitsvorming van een kind van groot belang is om omgang te hebben met beide ouders. Gebleken is dat [de minderjarige] tevreden is met de frequentie van de huidige omgangsmomenten. [de minderjarige] wil graag contact houden met beide ouders, maar geeft aan dat zij geen fysiek contact wil met de moeder. De rechtbank ziet op dit moment onvoldoende aanleiding om de huidige omgangsregeling met de moeder te wijzigen. De rechtbank vindt het in het belang van [de minderjarige] dat zij contact blijft houden met de moeder.
Wel spreekt de rechtbank de hoop uit dat de moeder de grenzen van [de minderjarige] voor wat betreft het fysieke contact met haar zal respecteren. Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken volwassenen – JBW, pleegouders en ouders – om met elkaar in gesprek te blijven gaan om te kijken hoe de omgangsmomenten voor [de minderjarige] zo prettig mogelijk kunnen verlopen.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank geen ambtshalve beslissing zal nemen over de omgang, maar de omgang, zoals bepaald bij beschikking van 8 december 2021, ten aanzien van [de minderjarige] in stand laat.

Beslissing

De rechtbank:
neemt geen ambtshalve beslissing naar aanleiding van de aanvraag van [de minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.M.H. Reintjes als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 juni 2024.