ECLI:NL:RBDHA:2024:23309
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging afkoelingsperiode in WHOA-procedure voor verkoop onroerend goed
Verzoeksters, drie besloten vennootschappen, hebben in het kader van een WHOA-procedure een verzoek ingediend tot verlenging van de afkoelingsperiode die oorspronkelijk liep tot 16 mei 2024. De verlenging is noodzakelijk omdat de leveringsdatum van het onroerend goed, dat onderdeel uitmaakt van de herstructurering, is vastgesteld op 17 juni 2024, buiten de huidige afkoelingsperiode.
De rechtbank heeft de belangen van de gezamenlijke schuldeisers afgewogen en vastgesteld dat zonder verlenging het risico bestaat dat schuldeisers executiemaatregelen treffen die de verkooptransactie kunnen doorkruisen. De verkoopprijs van minimaal €65.167.929,- en de voortgang in de totstandkoming van een akkoord met schuldeisers maken de verlenging wenselijk.
Belanghebbenden hebben hun zienswijzen ingediend; één partij steunt de verlenging vanwege het betere resultaat ten opzichte van faillissement, terwijl een andere partij twijfels uit over de voortgang van het akkoord. De observator adviseert eveneens tot verlenging. De rechtbank acht de verzoeksters ontvankelijk en concludeert dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan.
De afkoelingsperiode wordt verlengd tot en met 28 juni 2024, waarbij schuldeisers, met uitzondering van ING Bank N.V., gedurende deze periode niet zonder toestemming van de rechtbank verhaal kunnen nemen op goederen van verzoeksters. Dit bevordert de continuïteit van de verkooptransactie en het akkoordproces.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiode tot en met 28 juni 2024 om de verkoop van onroerend goed en het akkoordproces te waarborgen.