ECLI:NL:RBDHA:2024:23332
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang in zaak tijdelijke bescherming Oekraïense nationaliteit
Eiser, een Oekraïense nationaliteit, verzocht op 31 maart 2022 om tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser Oekraïne vóór 27 november 2021 had verlaten en niet aan de voorwaarden voldeed. Eiser voerde aan dat hij na vertrek terugkeerde naar Oekraïne om zijn gezin bij de grens op te halen en dat hij niet duurzaam buiten Oekraïne wilde verblijven. Tevens stelde hij dat de staatssecretaris de onderzoeksplicht en hoorplicht had geschonden.
Uit de Gemeentelijke Basisadministratie bleek dat eiser op 13 maart 2024 Nederland had verlaten en zich in Slowakije had ingeschreven; ter zitting verklaarde hij zich momenteel in Duitsland te bevinden. De rechtbank concludeerde dat eiser geen prijs meer stelde op verblijf in Nederland en daarmee geen procesbelang meer had bij de behandeling van zijn beroep.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling. Eiser kreeg het griffierecht niet terug en werd ook niet in de proceskosten tegemoetgekomen. De uitspraak werd mondeling gedaan op 18 april 2024 door rechter Laagland.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek uit Nederland.