ECLI:NL:RBDHA:2024:23384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling die vóór peildatum vertrok
Eiser, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) vanwege de Russische invasie in Oekraïne. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser al vóór de peildatum van 27 november 2021 Oekraïne had verlaten en daardoor niet tot de doelgroepen van de RTB behoort.
De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de toepassing van de facultatieve bepalingen van het Uitvoeringsbesluit en dat de verruiming van de peildatum niet verder hoeft te worden uitgebreid. Hoewel eiser door het besluit in een slechtere positie komt, is dit niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel, omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan en eiser nooit recht had op de tijdelijke beschermingsrechten.
Verder oordeelde de rechtbank dat de mededeling om zich binnen twee weken in Ter Apel te melden een verzoek is en geen verplichting, zodat het legaliteitsbeginsel niet is geschonden. Ook was het niet nodig eiser te horen in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen tijdelijke bescherming.