Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Het beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden. De rechtbank heeft eiser meerdere malen in de gelegenheid gesteld deze alsnog in te dienen, maar dit is niet gebeurd.
De rechtbank heeft vervolgens onderzocht of bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een uitzondering konden rechtvaardigen, zoals schending van artikel 3 EVRM Pro bij gedwongen overdracht, maar heeft dit niet vastgesteld. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro.
Omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, is ook het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier J. de Winter en openbaar gemaakt op 28 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-in behandeling neming van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.