Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft tegen het besluit van 3 januari 2024, waarbij haar asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is, beroep ingesteld zonder beroepsgronden te vermelden. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht om de gronden alsnog in te dienen, maar deze zijn niet aangeleverd.
De rechtbank heeft vervolgens onderzocht of bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een gedwongen overdracht in strijd met artikel 3 EVRM Pro zouden maken, maar heeft dit niet vastgesteld. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro.
Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroep niet-ontvankelijk is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter K.M. de Jager op 22 februari 2024 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.