ECLI:NL:RBDHA:2024:2537

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 februari 2024
Publicatiedatum
28 februari 2024
Zaaknummer
NL23.36941 NL23.36943
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Bulgarije

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Dit omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.36941 en NL23.36943

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoeker], V-nummer: [nummer verzoeker], verzoeker, en

[naam verzoekster], V-nummer: [nummer verzoekster], verzoekster,
mede namens hun minderjarige kinderen
[naam kind 1], V-nummer: [nummer kind 1], en
[naam kind 2], V-nummer: [nummer kind 2],
gezamenlijk te noemen ‘verzoekers
(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Met de bestreden besluiten van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.36940 en NL23.36942, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.