ECLI:NL:RBDHA:2024:2561
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na inwilliging asielaanvraag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 7 februari 2024 nam de Staatssecretaris alsnog een inwilligend besluit op de aanvraag, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen en dat het verzoek tot proceskostenveroordeling op grond van artikel 8:75a Awb gegrond was. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld en de zaak van licht gewicht was, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag.
De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten. Er werden geen andere kosten vergoed omdat deze niet waren gemaakt. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.