ECLI:NL:RBDHA:2024:2585
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 2 januari 2024 behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier K.F.K. Hoogbruin op 10 januari 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.