ECLI:NL:RBDHA:2024:2596
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 23 januari 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals een tolk.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat na de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.260) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft daarom het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 19 februari 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat na de uitspraak in de hoofdzaak een voorlopige voorziening niet meer nodig is.