ECLI:NL:RBDHA:2024:2607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris heeft een verzoek tot overname aan Duitsland gedaan, dat is aanvaard.
Eiser betoogt dat op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de staatssecretaris zijn aanvraag toch in behandeling had moeten nemen vanwege zijn familiebanden in Nederland, zijn eerdere langdurige verblijf en taalvaardigheid, en het belang van nabijheid tot zijn tante voor zijn ontwikkeling. De rechtbank beoordeelt dit beroep terughoudend.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser aangevoerde omstandigheden niet zodanig bijzonder zijn dat toepassing van artikel 17 vereist Pro is. Het feit dat familieleden bij elkaar willen zijn is niet bijzonder en ook het eerdere verblijf en taalvaardigheid vormen geen bijzondere omstandigheden. Daarom blijft het besluit van de staatssecretaris in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.