ECLI:NL:RBDHA:2024:2616
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Moldavische nationaliteit, diende op 8 december 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de aanvraag op 2 februari 2024 niet in behandeling, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser voerde aan dat Nederland zijn aanvraag zou moeten behandelen vanwege lopende beroepen van zijn dochters tegen overdrachtsbesluiten en de behandeling van asielaanvragen van zijn schoonzoons in Nederland. Tevens vreesde hij dat Duitsland zijn verzoek niet adequaat zou behandelen en verwees naar een eerder afgewezen asielverzoek en een geweldsmisdrijf in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt, en de Duitse autoriteiten hebben met het claimakkoord gegarandeerd het verzoek in behandeling te nemen. De gestelde afhankelijkheid van schoonzoons is niet met stukken onderbouwd. Ook is geen reden om het beroep aan te houden vanwege de dochters, die meerderjarig zijn en niet onder de gezinsleden volgens de Dublinverordening vallen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de zaak niet langer connex is. De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en wees het af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.