ECLI:NL:RBDHA:2024:262
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag mvv nareis met oplegging dwangsommen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 31 oktober 2022, waarna de staatssecretaris de beslistermijn met drie maanden verlengde, maar desondanks niet binnen de wettelijke termijn een besluit nam.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bijzonder geval, gelet op de aard van de aanvraag (gezinshereniging bij houder van asielvergunning), en legt op grond van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb een termijn van zes weken op waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Tevens stelt de rechtbank vast dat de staatssecretaris bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd van €1.442 en legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500.
Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard, waardoor het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van de verbeurde dwangsommen en de proceskosten van €437,50. Eiseres wordt vrijgesteld van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier J. de Winter en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken alsnog een besluit te nemen en bestuurlijke dwangsommen en proceskosten te betalen.