ECLI:NL:RBDHA:2024:2639

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2024
Publicatiedatum
1 maart 2024
Zaaknummer
NL24.1073
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing asielaanvraag

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in een besluit van 9 januari 2024. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag onder zaaknummer NL24.1072. Tijdens de behandeling van dat beroep heeft verzoeker tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, met het doel om in Nederland te mogen blijven en opvang te behouden gedurende de beroepsprocedure.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat nu de hoofdzaak (het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag) is beslist, het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.1073

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 9 januari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker afgewezen.
Verzoeker heeft beroep (NL24.1072) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij tijdens de behandeling van het beroep in Nederland mag blijven en opvang behoudt.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL24.1072 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.