ECLI:NL:RBDHA:2024:2639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing asielaanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in een besluit van 9 januari 2024. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag onder zaaknummer NL24.1072. Tijdens de behandeling van dat beroep heeft verzoeker tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, met het doel om in Nederland te mogen blijven en opvang te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat nu de hoofdzaak (het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag) is beslist, het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden is het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.