ECLI:NL:RBDHA:2024:2642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond en oplegging inreisverbod
Eiser diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zich niet onverwijld na binnenkomst in Nederland had gemeld. Eiser betwistte alleen de afdoening als kennelijk ongegrond en de duur van het opgelegde inreisverbod.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich pas weken na zijn vermeende inreis had gemeld, ondanks vaagheid en tegenstrijdigheden in zijn verklaringen. Het advies van MediFirst over zijn moeite met het plaatsen van data was onvoldoende om het late melden te rechtvaardigen. Daarom was de afwijzing terecht.
Verder oordeelde de rechtbank dat het opgelegde inreisverbod van maximaal twee jaar conform de beleidsregels was en dat de enkele stelling van eiser over zijn sociale contacten in Nederland onvoldoende was om een korter verbod te rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond en het opgelegde inreisverbod van twee jaar wordt ongegrond verklaard.