ECLI:NL:RBDHA:2024:2650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek niet-ontvankelijk wegens ontbreken van gronden bij voorlopige voorziening verblijfsvergunning
Verzoeker diende op 4 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel 'arbeid als zelfstandige'. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 15 mei 2023 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende geen gronden in bij het bezwaar of bij het verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het verzoekschrift de gronden van het verzoek vermeld moeten worden. Verzoeker werd bij brief verzocht dit te herstellen, maar deed dit niet binnen de gestelde termijn.
Omdat geen gronden werden aangevoerd en geen verontschuldiging voor het verzuim werd gegeven, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Hierdoor werd het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het verzoekschrift.