ECLI:NL:RBDHA:2024:269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag mvv nareis met oplegging dwangsommen
Eiser heeft op 12 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was ingediend op 14 maart 2022 en verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet uiterlijk binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiser stelde verweerder op 19 april 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende meer dan twee weken daarna beroep in. De rechtbank oordeelt dat de termijn voor besluitvorming inmiddels verstreken is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van zes weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn vanwege voorgenomen DNA-onderzoek, maar de rechtbank acht zes weken passend gezien de verstreken tijd.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 wegens overschrijding van de wettelijke termijn en legt een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 7.500 voor eventuele verdere overschrijding. Verweerder wordt ook veroordeeld in de proceskosten van € 437,50 en moet het door eiser betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen zes weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.