ECLI:NL:RBDHA:2024:2690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning als referent arbeid wegens onvoldoende continuïteit en solvabiliteit onderneming
Eiseres is erkend als referent voor de categorie arbeid, maar verweerder heeft deze erkenning ingetrokken vanwege onvoldoende gewaarborgde continuïteit en solvabiliteit van haar onderneming. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft meerdere negatieve adviezen uitgebracht, waarin onder meer werd vastgesteld dat de onderneming verlieslatend is en afhankelijk van intercompany transacties met de Chinese moedermaatschappij, wat duidt op schijncontinuïteit.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt en meerdere procedures gevoerd, waarbij de rechtbank eerder oordeelde dat verweerder onvoldoende inzicht had gegeven in de criteria voor beoordeling van continuïteit en solvabiliteit. Verweerder heeft daarop nadere toelichting gegeven, waarbij is uitgelegd dat het een individuele beoordeling betreft zonder vaste ratio’s, waarbij ook liquiditeit wordt betrokken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich voldoende heeft vergewist van de zorgvuldigheid en inhoud van het RVO-advies en dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd. Eiseres kon onvoldoende aantonen dat het advies onjuist of onvolledig was. De intrekking van de erkenning is daarmee terecht.
Daarnaast heeft eiseres recht op een schadevergoeding van €3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank veroordeelt verweerder en de Staat tot vergoeding van respectievelijk €2.416,67 en €583,33 en veroordeelt verweerder in de proceskosten voor dit verzoek.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de erkenning als referent arbeid is ongegrond verklaard en eiseres krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.