Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Libanese nationaliteit en tevens in het bezit van een Armeens paspoort, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Na eerdere vernietiging van een besluit en aanvullend gehoor wees de staatssecretaris de aanvraag af als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep ongegrond is.
De rechtbank stelde vast dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen gaf over de incidenten met leden van een politieke partij in Libanon, de bedreigingen aan hem en zijn familie, en de tijdlijn van gebeurtenissen. Ook de verklaring van de Mukhtar en getuigenverklaringen van familieleden werden onvoldoende overtuigend geacht. De rechtbank volgde de staatssecretaris in het oordeel dat Armenië als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt en dat eiser veilig naar Armenië kan terugkeren.
Hoewel een procedureel gebrek werd vastgesteld vanwege het ontbreken van een beëdigde tolk bij een vroeg gehoor, werd dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat eiser hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris wel tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
De afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand, mede omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet veilig naar Armenië kan terugkeren en omdat zijn geloofwaardigheid onvoldoende is gebleken. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas op 4 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.