De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds enige tijd verblijft bij een jeugdhulpaanbieder. De minderjarige vertoont problematisch gedrag, waaronder blowen, fysieke agressie en schoolverzuim, wat leidt tot escalaties in de thuissituatie en een negatieve impact op de gezondheid van de moeder.
De kinderrechter heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren gehouden, waarbij de moeder aanwezig was en de vader niet. De minderjarige is gehoord in aanwezigheid van zijn coach. De moeder steunt de uithuisplaatsing als enige oplossing, ondanks haar wens dat de situatie anders was.
De kinderrechter overweegt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, gelet op de onhoudbare thuissituatie en de ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige. De plaatsing bij de jeugdhulpaanbieder wordt als passend gezien en zal worden voortgezet om rust en stabiliteit te creëren.
De beschikking verleent de machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van 6 februari 2024 tot 29 december 2024, uitvoerbaar bij voorraad. Het hoger beroep kan worden ingesteld binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.