ECLI:NL:RBDHA:2024:2726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is. De rechtbank legt uit dat Duitsland het claimverzoek van Nederland heeft geaccepteerd en dat op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden aangenomen dat Duitsland de aanvraag op goede gronden zal behandelen.
Eiser voerde aan dat Duitsland geen goede opvang en rechtsbescherming biedt, mede op basis van het AIDA-rapport 2022, en dat hij door Duitsland aan Zweden zou worden overgedragen. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU opleveren.
De rechtbank concludeert dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken en dat de staatssecretaris het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht heeft genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.