ECLI:NL:RBDHA:2024:2728
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 februari 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.2238) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wijst het verzoek daarom af. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 22 februari 2024 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.