ECLI:NL:RBDHA:2024:2737
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling
Eiser diende op 4 september 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in. De staatssecretaris had zes maanden de tijd om te beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. De beslistermijn werd verlengd met negen maanden door het inwerkingtreden van het WBV 2022/22.
Eiser stelde de staatssecretaris op 21 juli 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 9 augustus 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken op het moment van de ingebrekestelling.
De rechtbank baseerde zich op artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikelen 6:2 en 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de ingebrekestelling niet aan de wettelijke vereisten voldeed, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.