ECLI:NL:RBDHA:2024:2742
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser diende op 17 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest volgens artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen. De beslistermijn werd verlengd met negen maanden door het WBV 2022/22.
Eiser stelde de staatssecretaris op 21 juli 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 9 augustus 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank stelde vast dat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken ten tijde van de ingebrekestelling, waardoor deze prematuur was.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.