ECLI:NL:RBDHA:2024:2752
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak over Dublinverwijzing naar Bulgarije
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 22 februari 2024 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de gerelateerde zaak (NL24.2882) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.C.M. van Emmerik en griffier mr. F. Aissa, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze niet langer noodzakelijk is.