ECLI:NL:RBDHA:2024:2757
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 december 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De zaak werd op 31 januari 2024 behandeld in zitting te Groningen, waarbij partijen zich lieten vertegenwoordigen. De rechtbank schorste het onderzoek om verzoeker in de gelegenheid te stellen nadere stukken te overleggen, maar verzoeker gaf op 14 februari 2024 aan geen aanvullend bewijs te zullen overleggen. De rechtbank sloot het onderzoek op 21 februari 2024.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep ongegrond is en dat een voorlopige voorziening niet noodzakelijk is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.