ECLI:NL:RBDHA:2024:277

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
22-5966
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet

Op 3 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van eiser om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer AWB 23/2409) op 25 oktober 2023 behandeld. Tijdens de zitting waren de gemachtigden van beide partijen aanwezig. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank op 12 januari 2024 uitspraak gedaan in de hoofdzaak.

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/5966

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 januari 2024 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. M. Weerman).

Procesverloop

Bij besluit van 3 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak AWB 23/2409, op 25 oktober 2023 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 23/2409, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Tijnagel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.